Canal du Midi
per fiets

door Paula en Berten

Reportage Levadas  Menu Reportages

Het verslag van Paula en Berten wordt in één lange kolom weergegeven, afwisselend met foto's en tekst, te beginnen met 2 kaartjes die van het net gehaald zijn. Even geduld voor het opladen van de foto's.  Met de schuifbalk rechts kan op en af gegaan worden. Op het einde worden een 7-tal linken toegevoegd die achtergrond geven bij het Canal du Midi. Hieronder dus een kaartje met het Canal van Bordeau tot Beziers , waar papa ondermeer z'n fiets heeft achtergelaten in WO II (dixit Jan) -  Op F11 drukken voor volledig scherm.  Reacties zijn welkom bij Paula en Hubert. De fotoreportage is ook te bekijken op Geocities.

generale.jpg (60633 bytes) 

Klik op kaartje links voor vergroting.

  
Onderstaand kaartje gaat automatisch.

   Een week per fiets langs het Canal du midi   

Een prachtige week achter de rug, op de fiets, langs het Canal du midi. Ik heb zo vaag het gevoel dat deze ervaring anderen kan inspireren. Daarom hier een verslag, wat uitgebreider dan jullie van ons gewoon zijn. 

Met Ryanair vertrokken in Charleroi rond 9 uur. Om 11 uur geland in Carcassonne en om 12 uur op de fiets langs het kanaal. Ondertussen hier nog op het vliegveld mijn nicht Frieda tegengekomen die met haar Erik de katharentocht deed: Peyrepertuse enz. Voor wat die katharen (=ketters) betreft, ze bouwen daar vanuit de toeristische diensten een hele mythe rond op met onder andere de prachtige ruïnes van de katharenvestingen, maar anderzijds generen ze zich niet als embleem voor de streek het kruisvaarderskruis te nemen waarmee de inquisitie de streek in vuur en vlam heeft gezet.

Canal du midi of Canal des deux mers

Dat Canal du midi gaat van de Middellandse zee naar de Atlantische oceaan (vandaar ook soms Canal des deux mers genoemd; niet verwarren met entre deux mers, die een wijntje dekt dat uit dezelfde streek komt). Een kanaal is altijd plat (tenminste tussen twee sluizen), wat dus het fietsen aangenaam maakt. 

En het Canal du Midi is prachtig rijden onder de schaduw van 200 km platanen (en af en toe een rij parasoldennen of eiken), op een jaagpad dat meestal goed berijdbaar is (grint, aarde). met om de zoveel kilometer een halte aan een of ander sluisje (of een paternoster sluizen: in de periode dat dat kanaal gebouwd is was technisch 2 meter hoogte zowat de norm; in Fonseranne is een sluizentrap van 9 sluizen achter mekaar).

Die sluizen structureren zowat de dag; ook voor de pleziervaarders die voor de rest op hun luie buik kunnen liggen zonnen in de schaduw van de platanen...). Eigenlijk is heel dat kanaal een gigantisch pretpark van 300 km lang, want echte scheepvaart (met vracht dus) is er helemaal niet meer bij.

Ze hebben hier in de jaren zeventig nog een paar grote werken gedaan om die scheepvaart terug aan te trekken maar dat heeft allemaal voor niets gediend. Zo hebben ze in Béziers een hellend vlak geïnstalleerd langs de sluizentrap (9 sluisjes op een rij) van Fonseranne. Bij de eerste panne is dat hellend vlak niet opnieuw gerepareerd geworden en doet men de toeristen opnieuw die sluizentrap van Riquet gebruiken.

Belastingboer Riquet Riquet is de ondernemer die op het einde van de 17 eeuw dit kanaal grotendeels gefinancierd heeft. Dat heerschap was ook belastingboer (fermier général) en moest zorgen dat de gabelle (de zoutbelasting) betaald werd. Enfin, hij had er alle belang bij want hij had die belasting vooraf betaald aan de koning. Zo schrijft Riquet aan minister Colbert: "Les meurtres en Roussillon y sont familiers comme le pain et le vin. Les employés des gabelles en ce pays-là sont toujours sur leurs gardes, ils tuent comme on les tue, et c'est seulement de cette manière que la gabelle y peut être exercée. Tout ce que je puis en ce pays-là, c'est opposer le meurtre au meurtre et y vendre autant de sel qu'il me sera possible".

Carcassonne, tweede meest bezochte plaats in Frankrijk.

Wij komen dus in Carcassonne aan op het vliegveld. Een klein uurtje te voet naar de oude stad van Carcassonne, tweede meest bezochte plaats in Frankrijk na de Mont St. Michel. Paula had daar een fietsenverhuurder opgesnord. Die man presenteerde ons prachtige Venturellifietsen van de Vlaamse Omnisport. Die hotelier werkt met een Brugs reisagentschap en brengt  de bagage van fietsers van het ene hotel naar het andere. Voor de goedkoop draag ik onze rugzak van 13 kilo zelf. Terzelfdertijd wordt dit gewicht een georganiseerde handicap, zoals de favorieten in de paarderennen een deken met lood krijgen opgelegd om de weddenschappen een beetje spannender te maken. Een geslaagde operatie, want met die 13 kilo erbij leed ik evenals Paula aan zadelpijn na enkele uren fietsen.
Die fietsen waren city bikes: vergelijkbaar met een gewone toerismefiets, maar met straffere remmen en 18 versnellingen. Sommigen verkiezen mountain bikes of VTT maar daarvoor is het jaagpad te goed (een paar km met wat platanenwortels maar voor de rest goed; wij hebben zonder regen kunnen rijden; met VTT en zijn primitieve spatborden komt daar in geval van regen nog het vuil in je nek bij). Voor koersfietsen of halfkoersbanden is het terrein wel iets te zwaar.

Het jeugdherbergje van Puicherich

Vertrokken op het verkeerde been, of liever het verkeerde jaagpad. Een km verder wordt ons jaagpad een ondoordringbare brousse. Aan de overkant wenkt ons een padje in prachtige staat. Eerste drankje in Trèbes, een van die prachtige stadjes langs het kanaal.
Wij komen na een 25tal km in Puicherich aan waar wij een jeugdherbergje (je bent jong of je bent het niet) opgesnord en gereserveerd hebben. Wij verlaten het kanaal aan de sluis de l'Aiguille. Dat sluisje wordt in alle toeristische gidsen vermeld voor de beelden uit hout gesneden die de sluiswachter er tentoonstelt. Beelden uit wortels gesneden, of in levende bomen (homo sapin bijvoorbeeld); met veel verbeelding en humor, en ook een beetje commercie
Die jeugdherberg telt 18 bedden, maar wij zijn de enige gasten. Een prachtig terrasje met een lindeboom, en rond ons een aantal tronies zoals uit het laatste avondmaal. Die jeugdherberg is een project voor sociale herinschakeling. We mogen daar geen bord opruimen of er springt iemand toe om dat in onze plaats te doen. Ik denk dat ze vooral gequoteerd worden op de goede wil, want met twee gasten en een tiental helpers is het werk licht. Wij krijgen daar iedere keer, zoals het in Frankrijk betaamt, een volledige maaltijd voorgeschoteld, met entree, hoofdschotel, kaas en dessert, en een prachtig streekwijntje erboven op. Soms is die entree twee sneetjes hesp, of de hoofdschotel vegetarische groene Italiaanse labbonen, maar het heeft klasse.
De tweede dag rustdag (vanwege die zadelpijn). Een klein tochtje in het achterland. Door de druivenvelden (ik weiger, net zoals Brendan Behan, van wijngaarden te spreken; die boeren kweken druiven zoals men bij ons tarwe of mais zaait), naar Laure Minervois, voor een kapitelenwandeling. Kapitelen zijn van die bouwseltjes in droge steen (pierre sèche), dwz zonder cement opeengestapeld, waar de arbeiders in de druivenvelden konden schuilen voor hitte of regen. Heerlijk koel.

Le Somail en zijn enorme bouquinist

Derde dag rit naar Le Somail. Onderweg een wijntje gedronken op het terrasje in Homps waar wij vorige zomer met Roel en Line iets zijn gaan drinken. Roel en Line waren ons toen, via Carcassonne, komen vervoegen in de Larzac. Wij hebben bij die gelegenheid het Canal du Midi ontdekt.

In le Somail komen wij terecht in een Gite de France, waar de gastvrouw ons direct uitnodigt op een plonsje in haar zwembad. Daardoor missen wij een nachtje bij de Bernabeu. Madame Bernabeu had ons een paar keer opgebeld in Luik, heel sympathiek. Zij woont in Le Somail, vlak langs het haventje, in een prachtig huis vol met klimop. Als wij de volgende dag daar willen logeren is het kompleet. Wij gaan dan maar iets het achterland in.

 Wij komen terecht in Ginestas bij een Amerikaanse. Bbc ter gelegenheid van de 20ste verjaardag van haar zoon. In le Somail is ook een enorme bouquiniste (voor wie Brussel kent, zoiets als de Pele Mele, maar met een verdiep erbij). Een ketterij (beeld mag wel gebruikt in het land van de katharen) in een gehucht van een tiental huizen. Ik kan zelfs niet zeggen gemeentje want Le Somail, hoe klein het ook is, behoort aan drie gemeenten (en eist ook zijn constitutie als gemeente).

Olijfolie: een afvalproduct?

Gedurende onze rustdag bezoek aan olijfcoöperatief. De coöperateurs die  beschimmelde olijven durven aan te bieden zien hun olijven tot olie geperst in plaats van een bokaal in te gaan. Olijfolie is dus eigenlijk een afvalproduct, een sanctie. Wij durven niet doorsteken naar het stadje Minerve; het is niet ver (een 15-tal km) maar het stijgt en wij zijn een beetje verwend door de schaduw: waarom in de vlakke zon gaan rijden als je hetzelfde in de schaduw kunt doen.

 Maar het is naar het schijnt de moeite, zowel landschappelijk als voor het stadje zelf. Wij steken ook voor een kleine verkenning door tot het verbindingskanaal met het kanaal van Narbonne. Wij zitten daarmee op 25 km van de Middellandse zee. Wij geven ons projekt op om tot Béziers door te steken (bij de kruistocht tegen de katharen gaf men, nadat de stad zich had overgegeven, order om iedereen te doden, ook de katholieken: "tuez les tous; Dieu reconnaitra les siens".

De laatste twee dagen in de grote jeugdherberg van Carcassonne

Te veel volk om een kamer voor ons twee te krijgen. Deze apartheid wordt wel gecompenseerd door de kontakten die je in zo'n grote jeugdherberg kunt leggen.

Bref, voor wie het ook eens wil wagen: kom eens even langs, wij zitten thuis eind juli - begin augustus ; ons vakantiebudget is al goed aangetast.

De andere kant op

Wie eventueel de andere kant op wil (Toulouse is op 50 km), maar vooral interessant is het stuk van Carcassonne tot aan de waterscheiding, het punt waar het water naar de middellandse zee en naar de atlantische oceaan loopt), wil ik wel verwittigen voor de ontgoochelende doortocht van Carcassonne. Over twee km een modderig en slecht onderhouden jaagpad, tussen twee hoge bermen. Die bermen, daar kan Carcassonne niets aan doen. Dat was trouwens de reden waarom zij oorspronkelijk niet langs het kanaal lagen: Riquet had een hoge som geld gevraagd omdat tussen het geplande kanaal en de stad een bergrugje moest doorgestoken worden, vandaar die bermen. Maar naar het schijnt is het hogerop ook heel tof, onder andere tegen Castelnaraudy aan waar het water wordt aangevoerd om het kanaal te voeden, vanuit de Montagne Noire.

Tot kijks, en kom toch maar langs
ook al is augustus al voorbij
     Hubert en Paula      

 

Enkele van de vele linken

http://www.lecanaldumidi.com/pageaucoeurducanal.htm

http://www.canal-du-midi.org/

http://www.canalmidi.com/

http://www.le-guide.com/canaldumidi/

http://whc.unesco.org/sites/770.htm

http://www.midicanal.com/francais.htm

http://www.apgi.net/canal/

Reportage Levadas  Menu Reportages  Boven